De reflexen

De 7 primaire reflexen helpen in eerste instantie een baby te overleven in de fase dat hij zich nog niet bewust is van zichzelf en zijn omgeving. Bovendien hebben de primaire reflexen een functie in de groei van het zenuwstelsel. Ze geven informatie aan het lichaam over bewegingen, balanceren, spanning en ontspanning. Gedurende de eerste 6 tot 12 maanden leert een baby de primaire reflexen te beheersen en de bewegingen gecontroleerd uit te voeren. Iedere primaire reflex heeft een functie, indien de reflexen niet onder controle komen kan dit de zich uiten in de volgende kenmerken.

In volgorde van opkomst spreken we over de volgende reflexen:

DE REFLEX FUNCTIE KENMERKEN NA BEHANDELING
1ste Terugtrek reflex (TT) Gevoeligheid, gevoelig worden voor invloeden of prikkels van buitenaf Moeite hebben met het aangaan van contacten, geen grenzen kunnen aangeven, niet voor jezelf opkomen, dienstbaar zijn, gepest worden, gevoel te hebben er niet bij te horen, therapie ontrouw zijn Je grenzen beter kunnen aangeven, nee durven zeggen, beter prioriteiten stellen. Makkelijker in de sociale omgang, staat meer open voor contact, lijkt meer aanwezig tijdens een gesprek, werkzaamheden beter kunnen opstarten
2de Mororeflex (MR) Angstverlammingsreflex, invloed op zintuigeljke prikkels. Met als doel reageren op prikkels die zich aandienen als gevaar. Voortdurend afgeleid zijn/ worden. Overgevoeligheid van de zintuigen. Moeite hebben met ontspannen, altijd in de weer zijn. Lichaam zet continu aan tot vecht/ vlucht reactie. Veel dromen, schrikachtig, angst, paniek, emotie regulatie problemen. Luchtweg problemen, allergiën. Concentratie verbetert,  slapen gaat beter, het opgejaagde gevoel verdwijnt, onstpannen lukt weer, zelfvertrouwen neemt toe, emoties zijn meer in evenwicht.
3de Palmzuigreflex (PZR) Verbinding hand, mond, kaak en keelgebied. Voeding en invloed op de  spijsvertering. Verbinding hand- mond en tong bewegingen, bij hand coördinatie wil tong naar voren. Achterstand in de taal ontwikkeling, gespannen pengreep, knarsen tanden waardoor spanning in kaakgebied, hoofd en nekpijn, schouderbladen, kuiten, bekken problemen, uit balans zijn, spijsverteringsproblemen. Spreken/ articuleren verbetert, spijsvertering verbetert, regelmatigere stoelgang, fijne motoriek verbetert, tong blijft meer in de mond, tandenknarsen wordt minder, hoofdpijn neemt af, nek en schouder klachten verminderen/verdwijnen
4de Asymmetrische tonische nekreflex (ATNR) Balans en evenwicht, heeft invloed op verschil kunnen maken tussen links en rechts Moeite met lezen, schrijven, spelling of rekenen, Slordig handschrift. Uit evenwicht raken of duizelig worden bij het draaien van het hoofd, verkramping/ pijn in nek/ rug armen en beneb. moeite met (bal-)sporten, eelvuldig stoten of vallen, Moeite met ruimtelijk inzicht, zwart-wit denken; sterk vanuit ratio of vanuit emotie of snelle wisseling daartussen Leren en lezen gaat makkelijker, handschrift verbetert, sport en spel wordt leuker en makkelijker. Stemmingswisselingen stabiliseren

Oriëntatie in de ruimte verbetert, bijv. Met de weg vinden

5de Ruggengraadbekken-reflex (RBR) Invloed op de prikkeloverdracht van boven en-onderkant van het lichaam Hekel hebben aan strakke kleding, vooral bij de heupen en de lage rug, moeilijk kunnen stilzitten, problemen met luisteren en taal, concentratieproblemen, gebrek aan overzicht, gedachten die van hot naar her springen, vertonen van ontwijkgedrag of maar niet tot actie kunnen komen scheefgroei van de ruggengraat, ‘Versleten’ rug en/of beknelde zenuwen in de rug waardoor rug – en nekklachten kunnen ontstaan, bekkeninstabiliteit Concentratie verbetert, stil zitten gaat beter, meer rust in het lijf en in het hoofd. Betere focus en het lukt beter om over te gaan tot actie. Pieker gedachtes nemen af waardoor meer ruimte voor het verkrijgen van inzicht.

Rug en nekklachten verminderen

6de Aardezuigreflex (AZR) Invloed op het basisgevoel van veiligheid. Tevens net als bij de palmreflex verbinding tussen hand, mond, kaak en keelgebied (spijsvertering) en na opkomst ruggengraad bekkenreflex invloed op geslachtsklieren en het  bekkengebied. (seksualiteit) Gevoelige lippen en mond. Weinig zuigkracht bij een baby, problemen met de voorste mondspieren. Mondmotoriek, spraak en articulatie gaan moeizaam (bijv. moeite met slikken, veel kwijlen, hard praten, geknepen stem, onduidelijk praten) Moeite met gelijktijdig praten en (aan-) kijken. Bij praten willen de ogen sluiten. Niet graag met de handen werken vruchtbaarheidproblemen, moeilijke zwangerschappen, moeilijke bevallingen, baarmoederproblemen, postnatale depressie, impotentieklachten, ontbreken van het basisgevoel van veiligheid.

Bij kinderen; angst in het donker, dwangmatig wakker blijven, maar één ding tegelijk kunnen doen, angst voor alleen zijn.

Hartritmestoornissen, zweetaanvallen, benauwdheid, zichzelf niet durven te geven in relaties, weerstand tegen verandering, eenzaam buitengesloten of afgewezen voelen, schuldgevoel, vraatzucht

Spraak verbetert en kost minder moeite, eten en drinken gaat makkelijker, voorkeur voor specifieke voedingsmiddelen neemt af.

Bij kinderen: Angsten in het donker en alleen zijn  verdwijnen, basis gevoel van veiligheid versterkt. Kinderen verschuilen niet langer achter ouder.  Klampen zich niet meer aan de ouder vast.

Volwassenen: aangaan van nieuwe situaties gaat makkelijker, beter relativeren waardoor jaloezie afneemt en schuldgevoel uitblijft.

7de Tonische labyrint reflex (TLR) Invloed op het onderscheid kunnen maken tussen voor en achterkant van het lichaam.  Oriëntatie in de de ruimte. Slecht kunnen focussen met de ogen, moe worden van lezen/ in slaap vallen. Problemen met overschrijven van informatie van het schoolbord naar schrift. Hoogtevrees, wagenziekte, moeite hebben met sporten mn zwemmen Angsten, schouders buigen naar voren bij staan, stramme rug en nek, houterige gang, op de tenen of de voorvoet lopen en staan, niet kunnen kruipen, wel tijgeren. Problemen met balans en verdeling van spiertonus door het hele lichaam. Slechte evenwicht. Gebrek aan richtingsgevoel en moeite met inschatten van afstand, diepte en snelheid, slecht tijdsbesef, veelvuldig te laat komen Lezen gaat makkelijker, hoogtevrees en wagenziekte verdwijnen, houding verbetert, meer rechtop. “klunzigheid” verdwijnt. Tijdsbewaking neemt toe